Scooteronderhoud

Onderhoud van een 4-takt scooter

Het inrijden:
De eerste 500 Km moet u de scooter niet te zwaar belasten. Het beste kunt u de scooter na het starten een paar minuten stationair laten lopen. Daarna pas wegrijden. Geef de eerste 500 km geen volgas; alle onderdelen van de motor moeten op elkaar inlopen. Ga niet direct met twee man op de scooter, dit is een enorme belasting voor een motorblok dat nog ingereden moet worden.

Controleer op lekkages.

De eerste beurt moet plaatsvinden rond de 400 km. Dit is de belangrijkste beurt want hier wordt de olie vervangen; zowel van de motor als de aandrijving. De kleppen worden gesteld en de hele scooter wordt nagelopen en afgesteld. Deze beurt is ook voor 100 % belangrijk voor de garantie !!

De tweede beurt maar plaatsvinden rond de 1000 km. Daar wordt wederom de olie ververst en de kleppen nagekeken (stellen is meestal niet nodig). Deze eerste twee beurten zijn bij een viertakt zeer belangrijk voor de levensduur van de motor !!

Regelmatig:
- oliepeil controleren
- bandenspanning controleren (1.9 bar voor 2.1 bar achter)
- remvloeistof controleren (kijkglaasje rechter remhandel op het stuur)

Vaak optredende storingen:

Klacht

Oplossing

Accu leeg

Na lange tijd stilstaan of als de scooter is uitgerust met een alarminstallatie (na 5 dagen) kan de accu leeg zijn. Accu opladen. 10 uur 600mA. Max. 3A (30 min)

Lampen gaan stuk of voorlamp brand heel zacht en accu laadt niet op.

Vervang gelijkrichter/spanningregelaar. Meestal onder de voorkap.

Motor is niet meer elektrisch te starten en slaat ook na starten met de kickstarter niet aan.

Schakelaartje van de zijstandaard defect. Vervang de schakelaar of verbreek tijdelijk de verbinding.
Controleer de massa aansluitingen van het motorblok.

Wanneer je de contactsleutel omdraait gebeurt er niets. Je kunt niet elektrisch starten, geen verlichting enz . Wel kun je de scooter met de kickstarter starten.

Zekering defect. (In accu bak)
Zekering niet defect? Accu leeg? Controleer de aansluiting van gelijkrichter/regelaar en dynamo.

Wanneer je elektrisch start hoor je de startmotor lopen, maar hij drijft de motor niet aan

Accu te leeg of bendix werkt niet goed

Motor pakt niet aan met elektrische starter.

Wel ontsteking en wel benzine? Vervang startrelais. (Slecht contact.)

Motor stopt tijdens het rijden en slaat niet meer aan

Schakelaar van de zijstandaard defect of onvoldoende brandstoftoevoer. Vervang de brandstofregelaar onder de tank.

Motor stottert en komt niet op toeren

Wanneer je de luchttoevoer dichtknijpt gaat de motor harder lopen.
Dit duidt op te weinig benzine. Grotere sproeier monteren.

Motor komt niet op toeren

Controleer luchtfilter.

Motor start moeilijk (of helemaal niet) en slaat na even lopen weer af.

Kleppen stellen


Controle van de ontsteking

Bougie er uit draaien (controleren!) en aansluiten op de bougiekabel.
Buitenkant bougie contact laten maken met massa.
Starten en bougie moet vonken.

Geen vonk?

Zwart/witte draadje aan de CDI unit (zit naast de accu of onder de zitting) loskoppelen.
Nu wel vonk?
Wanneer deze draad namelijk met massa wordt verbonden stopt de ontsteking.
(Via contactslot en zijstandaard)
Dus draad volgen.

Nog geen ontsteking?

Er lopen twee draden vanuit de dynamo naar de CDI unit.
Een (zwart/rood) zorgt voor de voedingspanning en de andere (blauw/geel) voor de ontsteking puls.
Controleer de stekker aansluitingen.
Met een universeel meter meet je of de spoelen contact met massa maken.
(Bij de stekker of bij de CDI aansluiting.)
Wij hebben wel eens een slechte soldeerverbinding aangetroffen in de dynamo.

Alles ok en geen vonk?
CDI unit of bobine defect.


Wel vonk en toch niet aanslaan

Achter carburateur slang naar luchtfilter losmaken.
Starten.
Wanneer motor aanslaat moet je het dus in de luchttoevoer zoeken.

Achterkant carburateur afsluiten met je hand.
Starten.
Je hand moet nat worden van de benzine.
Niet?
Geen benzine toevoer.


Controle van de laadstroom

Wanneer de motor niet loopt meet je met een spanningsmeter 12 volt tussen de aansluitpolen.
Wanneer de motor wel loopt moet je 13.8 volt meten. De accu wordt dan geladen.
Dit zijn de correcte spanningen die je meet wanneer de accu in goede staat is.
Afwijkingen kunnen veroorzaakt worden door een defecte accu of defecte gelijkrichter.


Aansluitingen van de gelijkrichter/spanningregelaar.

De groene draad naar de gelijkrichter is massa (-)
De witte draad komt van de (wisselstroom) dynamo, hier moet je, wanneer de motor loopt, een wisselspanning kunnen meten (15-20V~)
De rode is de plus draad. Deze gaat naar de accu (via zekering). Wanneer de motor loopt moet je hier 13.8V= meten.
De gele draad komt ook van de dynamo (spanningregelaar) en voedt de verlichting. (12V ~)


Controleren van de dynamo:

Aansluiting zit boven de dynamo. Stekker uit de plug naar de gelijkrichter trekken.
Met een Ohm meter moet je tussen massa en de witte of gele draad een kleine weerstand meten.
(Geel +/- 1 Ohm en Wit +/- 1.3 Ohm)
Je kunt ook eerst de stekker uit de gelijkrichter trekken en hier meten.


Controle van de brandstofafsluiter:

Deze zit direct aan de tank of in de brandstofleiding.
Hieraan zitten twee slangetjes. Een loopt naar de carburateur en de andere naar de verbinding tussen carburateur en cilinder.
De laatste afkoppelen. Wanneer je hieraan zuigt hoor je een zachte klik en stroomt er brandstof naar de carburateur.


Controle van de elektrische choke.

Wanneer de spoel aangesloten wordt op 12V, komt langzaam de pen naar buiten.
Gebeurt er niets of staat de pen al op de uiterste stand: Defect.